
Seizoensgroenten per maand in Nederland
Van winterse kool tot zomerse courgette: koken met wat het seizoen te bieden heeft.
Lees het artikelDoor Leroy Bastiaanse

Erwtensoep wordt stevig doordat spliterwten tijdens het koken uiteenvallen en het vocht binden. Je hoeft daarvoor geen bloem of room toe te voegen. Prei, knolselderij en wortel geven de soep een groentebasis; varkensvlees en rookworst zorgen in deze versie voor een hartige smaak.
Er bestaan verschillende huiselijke uitvoeringen. Dit recept is een herkenbare klassieke versie, geen bewering over één oorspronkelijk recept. Het maakt een ruime pan voor ongeveer zes porties. Geef de erwten voldoende tijd en let vooral tegen het einde op de bodem: een dikke soep kan verrassend snel aanzetten.
Stap 1: Spoel de spliterwten en controleer op steentjes. Doe met vlees, water en laurier in een ruime pan.
Stap 2: Breng langzaam aan de kook, schep overmatig schuim af en laat circa 60 minuten zacht pruttelen. Roer af en toe over de bodem.
Stap 3: Snijd de groenten in kleine, gelijkmatige stukken en voeg toe. Laat nog circa 40 minuten garen, tot erwten uiteen zijn gevallen en het vlees volledig gaar en zacht is.
Stap 4: Haal het vlees uit de pan. Verwijder bot en taaie delen, snijd in stukken en doe terug. Voeg zo nodig heet water toe.
Stap 5: Bereid de rookworst volgens de verpakking, snijd in plakken en voeg met selderijblad toe. Proef op zout en peper.
Stap 6: Serveer heet. Koel restjes snel in kleine bakken en zet binnen twee uur in de koelkast.
Spliterwten zijn gedroogde erwten die van hun velletje zijn ontdaan en gesplitst. Daardoor garen ze doorgaans zonder een nacht weken. Spoel ze in een zeef onder koud water en kijk of er geen steentjes of beschadigde stukken tussen zitten. Volg ook aanwijzingen op de verpakking; een bijzonder oud product kan langer nodig hebben om zacht te worden.
Het kookwater kan aanvankelijk wat schuimen. Schep overmatig schuim af, maar giet niet steeds het hele kookvocht weg: daarin zit juist smaak en zetmeel. Zuur kan het zacht worden van peulvruchten vertragen. Voeg daarom geen azijn of andere zure ingrediënten aan het begin toe. Voor deze erwtensoep zijn ze bovendien niet noodzakelijk.
Een hamschijf of varkensschenkel met bot is geschikt voor een soep die rustig trekt. Het vlees geeft smaak af en kan later van het bot worden gehaald. Neem geen willekeurig groot stuk dat veel langer nodig heeft dan de rest van het recept. Controleer het vlees voor je het serveert: het moet volledig gaar zijn en gemakkelijk uit elkaar te halen zijn.
Knolselderij is een belangrijke smaakmaker. Schil de knol en snijd hem in kleine, gelijkmatige blokjes. Was de prei tussen de lagen en snijd de wortel ongeveer even klein. Een aardappel kan extra body geven, maar is niet noodzakelijk: spliterwten binden al ruim voldoende. Bleekselderij en selderijblad geven een frisse, kruidige aanvulling.
Begin met erwten, vlees en water in een ruime pan. Breng langzaam aan de kook en draai daarna het vuur terug. Een zacht pruttelende pan is voldoende. Roer af en toe en controleer of de erwten niet aan de bodem blijven plakken. Voeg heet water toe wanneer de inhoud te droog wordt voordat de erwten gaar zijn.
Na het eerste uur voeg je de groenten toe. Zij hebben minder tijd nodig dan het vlees en de erwten. Laat alles verder garen totdat de erwten uiteenvallen en het vlees zacht is. De genoemde tijd is een richtlijn. Blijven de erwten hard, dan vraagt het product meer tijd of is het te oud; extra zout of een hogere vlam is geen betrouwbare oplossing.
Erwtensoep spat wanneer zij dik wordt en stevig kookt. Houd het vuur laag en gebruik een lange lepel. Roer bewust over de hele bodem, niet alleen in het midden. Een zware pan helpt bij gelijkmatige warmte, maar voorkomt aanbranden niet vanzelf. Blijf tijdens de laatste fase in de buurt en maak de soep desnoods iets losser met heet water.
Rookworsten verschillen: sommige zijn al gaar en hoeven alleen verwarmd te worden, andere vragen een andere behandeling. Lees daarom de verpakking. Verwarm een gare rookworst volgens de aanwijzingen en voeg plakken pas tegen het einde toe. Lang en hard meekoken kan de structuur minder prettig maken en de worst laten openbarsten.
Haal het gare vlees uit de pan, verwijder bot, huid en eventueel taaie delen en snijd of trek het vlees in stukken. Voeg het weer toe aan de soep. Proef pas daarna op zout. De worst en het vlees kunnen al behoorlijk zout zijn, waardoor vroeg zouten makkelijk te veel wordt.
Erwtensoep hoort stevig te zijn, maar niet droog. Je moet haar met een lepel kunnen opscheppen en de groenten moeten herkenbaar blijven. Tijdens afkoelen wordt de soep nog dikker. Maak een hete pan dus niet onnodig compact omdat een koude soep op een foto heel stevig oogt. Een beetje extra heet water kan het evenwicht herstellen.
Een staafmixer is meestal niet nodig: de spliterwten vallen vanzelf uiteen. Schep voor het serveren goed door zodat vlees, groenten en vocht gelijkmatig verdeeld zijn.
Een grote, dikke pan soep blijft lang warm en is daardoor gevoelig voor onveilig bewaren. Laat haar niet tot de volgende ochtend op het fornuis staan. Verdeel restjes over kleine, ondiepe bakken en koel eventueel in een bad met koud water en ijs. Roer met schoon bestek zodat ook het midden sneller afkoelt.
Zet de soep binnen twee uur in de koelkast en bewaar bij ongeveer vier graden. Gebruik gekoelde soep binnen twee dagen. Vries porties die je later wilt eten meteen na snel afkoelen in; ongeveer drie maanden is een bruikbare bewaartermijn voor de kwaliteit. Schrijf inhoud en datum op de bakken. Een grote pan met deksel in de koelkast zetten is niet altijd genoeg om de kern snel te koelen.
Verwarm alleen de benodigde portie en roer tijdens het opwarmen goed. De soep moet overal door en door heet worden en duidelijk pruttelen. Voeg wat water toe wanneer zij te dik is geworden. Vertrouw niet alleen op een hete rand terwijl het midden nog lauw is. Vooral bij opwarmen in de magnetron moet je tussendoor roeren en de temperatuur overal controleren.
Roer een aangebrande laag niet los door de rest van de soep. Schep het niet-aangebrande deel voorzichtig in een schone pan en proef of bitterheid al merkbaar is. Een andere fout is een volledig afgesloten, fel kokende pan: die kan overlopen en vraagt meer aandacht dan een rustige pan met het deksel op een kier.
Serveer desgewenst met roggebrood of ander brood, maar zie een bijgerecht niet als verplicht onderdeel van de soep. Voor een versie zonder vlees kun je groentenbouillon gebruiken en extra aandacht besteden aan knolselderij, prei en kruiding. Dat levert een andere soep op, niet dezelfde vleessmaak zonder vlees. De kern blijft gelijk: erwten rustig laten garen, de bodem bewaken en restjes zorgvuldig afkoelen.

Van winterse kool tot zomerse courgette: koken met wat het seizoen te bieden heeft.
Lees het artikel
Een pan, een paar goede ingrediënten en tijd. Zo maak je een heldere bouillon met diepte.
Lees het artikel